[00:01] Introductie en minder chemie, meer natuurlijke graskracht
Kris Vandekerckhove: Welkom in de podcaststudio’s van Louwers Mediagroep. Vandaag hebben we een bijzondere gast. Iemand die jarenlang actief was in de internationale industrie- en grondstoffensector en alles wat maar chemie en scheikunde was. Maar vandaag houdt hij een uitgesproken pleidooi voor iets dat we vaak als vanzelfsprekend beschouwen: natuurgras. Mijn gast is Olivier Vandermotte, zaakvoerder van Pro-Pitch. Helpt hij sportclubs, gemeenten en organisaties om hun terreinen niet alleen beter te onderhouden, maar ook duurzamer, klimaatbestendiger en toekomstgerichter te beheren? Maar niet te vergeten, mee aan tafel schuift Jessie Vermeire, verantwoordelijk voor alles wat administratie en logistiek betreft bij Pro-Pitch. Aan jullie beiden, welkom. Waar we landen: minder chemie, meer natuurlijke graskracht. Wat betekent dat concreet?
Olivier Vandermotte: Wel, de twee grootste problemen waar lokale, kleinere voetbalclubs mee te kampen hebben, zijn onkruiden en een redelijk zwakke grasmat. Een heel dunne grasmat, zoals wij dat noemen. En met minder chemie bedoelen wij voornamelijk […] plein goed, dicht begroeid is en resistent is. En dat is eigenlijk de essentie van de slogan. We willen met zo weinig mogelijk intensieve of kapitaalintensieve middelen een heel kwalitatieve grasmat, natuurlijke grasmat, bieden.
[01:55] Gebruik van chemie en fytosanitaire middelen
Kris Vandekerckhove: Maar volgens jou, hoeveel chemie wordt er dan eigenlijk nog gebruikt?
Olivier Vandermotte: Er wordt nu heel weinig chemie gebruikt. Ook omdat de wetgeving rond fytosanitaire middelen zeer sterk veranderd is de afgelopen jaren. Het uitdunnen van de grasmat geeft onkruiden veel meer kansen om zich te ontwikkelen. En dan gaan die lokale clubs wel naar middelen zoeken om toch nog die fytosanitaire middelen op hun velden te kunnen gaan gebruiken, al dan niet officieel. En dat is eigenlijk voor ons iets waar wij zeggen: wij hebben geen fytosanitaire middelen nodig om dat onkruid uit onze mat te houden.
Jessie Vermeire: We hebben dat niet nodig en we willen dat ook niet voor de kinderen die daarop spelen.
[02:43] Kunstgras als alternatief
Kris Vandekerckhove: Toch altijd aan onze kinderen en de toekomst van deze bol waar we op wonen. We hebben maar één, dus daarmee moeten we het doen. Maar wat ik ook heb geleerd, is dat om al die ingewikkelde procedures en wetgevingen uit de weg te gaan, er nog heel veel voetbalploegen zijn die dan kiezen voor kunstgras. En daar zitten we, denk ik, met een probleem, want dat wordt vaak verkocht als duurzaam. Maar zijn jullie het daarmee eens?
Olivier Vandermotte: Waarom clubs een pleidooi houden voor kunstgras? Ze willen eigenlijk een grasmat die hen toelaat om de winter door te kunnen blijven spelen op een ondergrond die goed bespeelbaar is. En ze denken dan: dat is onderhoudsextensief, dus we moeten maar op zoek naar middelen om die investering te justifiëren. Maar eigenlijk is dat niet juist, want je gaat 7.000 vierkante meter plastic leggen. Ondergrond, terwijl het eigenlijk met de juiste aanpak en met de juiste bodemstructuren en met een minimaal aantal ingrepen die ook kapitaal veel minder intensief zijn, kun je wel eenzelfde effect bereiken.
[04:04] Verharding onder kunstgras
Kris Vandekerckhove: Maar daar gaan we straks naartoe, want ik wil eerst kunstgras van de baan. Letterlijk dan. Eerst en vooral, je zegt: ze leggen kunstgras op een verharde ondergrond, terwijl er dus niet meer mag verhard worden. Hoe zit dat dan precies in elkaar?
Olivier Vandermotte: Duidelijk over wat nu juist die verharding is en wat niet die verharding is. We zien wel dat lokale overheden die een motivatie hebben om te gaan ontharden, al dan niet vanuit de Vlaamse overheid, voor een kunstgrasveld daar geen probleem mee hebben om toch een redelijk waterondoorlatende bodem te gaan voorzien, terwijl er een natuurgrasveld is. Wel gaan verharden. En dat moet dan op een andere locatie gaan worden onthard. En dan ben je eigenlijk gewoon nog meer kosten aan het creëren en nog meer problemen aan het creëren voor lokale overheden.
[05:05] Levensduur en verwerking van kunstgras
Kris Vandekerckhove: En wat gebeurt er dan met zo’n kunstgrasveld op het eind van zijn levensduur? Want dat vraag ik mij dan af: dat gaat niet eeuwig mee. Wat gebeurt er dan daarmee?
Olivier Vandermotte: Dat wordt gescrapt. Eventueel gaat dat in een afvalverwerking als zijnde een nieuw recyclaat of een nieuwe grondstof. Om dat te gaan verwerken is enorm hoog, omdat je terug energie moet toevoegen.
[05:30] Natuurgras, klimaat en onderhoud
Kris Vandekerckhove: Dus we willen terugkeren naar natuurlijk gras. Is dat dan beter voor het klimaat? Daar zal ik maar bij beginnen. Is het beter voor het klimaat?
Olivier Vandermotte: Absoluut. Een natuurlijke grasmat gaat CO2 opnemen en vastzetten in de bodem. Als je grasmat elk jaar vernieuwt, dan is dat natuurlijk niet zo evident. Geen CO2 en plastic doet niet aan fotosynthese. Dat is wel redelijk evident.
Kris Vandekerckhove: Inderdaad, goed. Maar wat we dan hebben, of wat er gedacht wordt, is dat er aan natuurgras zeer veel onderhoud is, dat er zeer veel werk aan is om dat dik te houden, om dat mooi groen te houden, dit, dat, ginder. Jij weerlegt dat perfect.
Olivier Vandermotte: Ja, zeker en vast. Als je de berekening maakt over de investering van een kunstgrasveld ten opzichte van de onderhoudskosten van een […] daar kom je niet bij. En iemand die beweert dat dat wel zo is, is heel creatief met cijfers. Als je zorgt voor een normale, organische, permeabele ondergrond en je zorgt voor voldoende stikstof, dat de groei van die plant, van het grasplantje, gevrijwaard kan blijven, dan heb je het recept in huis voor een dichte grasmat. En meer moet je niet doen. Voor die bodem zorgen, voor dat bodemleven, die permeabiliteit van lucht en water. En als er dan stikstof aanwezig is en er is zonlicht, dan heb je alle recepten en alle ingrediënten.
[07:13] De bodem als basis
Kris Vandekerckhove: En hoe doe je dat dan specifiek? Want we weten allemaal dat natuurgras, of gewoon gras in het algemeen, dat begint met een goede bodem. Hoe pak je dat concreet aan?
Olivier Vandermotte: Het is heel simpel: je steekt de schup in de grond en je kijkt naar wat ik nu boven gehaald heb. En negen kansen van de tien, op alle pleinen die je tot hiertoe hebt gezien, dan zit je met een ongelooflijk gecompacteerde, donkere, maar zeer goede voedingsbodem. Maar door jarenlang te betreden, door daarop te spelen, dat daar regen op valt, gaat die van nature uit compacteren. Dat zand komt op elkaar te zitten, waardoor zuurstof veel minder goed in die bodem kan trekken. Dat water kan veel minder goed doorcijpelen. Puur door te kijken. Dat kost niks. We komen ter plaatse, steken ons schupke in de grond en we zeggen: we gaan dat en dat doen. Dikwijls is de eerste stap: kijken van, goed. We gaan op die permeabiliteit werken. Dat die wortels plaats hebben om zich te kunnen ontwikkelen. Want die wortels zorgen ook voor de stevigheid van je grasmat wanneer in de winter er een verhoogde vochtigheid is. Maar als je daar jarenlang niets aan doet, dan zit die bodem vast. Helemaal vast. Wat dan uiteraard de reden is waarom ik ter plaatse kom, omdat die grasmat al is uitgedund en er staat al onkruid in, of ze hebben al te maken met plassen die blijven staan. Dus om op je vraag te beantwoorden: even in de bodem kijken, een klein staal nemen, desnoods een analyse laten nemen, wat we eigenlijk het liefst van al doen om exact te weten wat er hier nu juist in de bodem zit aan organisch materiaal, aan stikstof, aan fosfor, aan kalium en aan spoorelementen. Om dan in detail een plan te kunnen gaan opmaken voor die club, met dat type van veld, met dat type van ondergrond, met die bespeelbaarheidsvereisten, om daar een kostenplan voor te kunnen opstellen en een beheersplan op te stellen, dat hen doorheen heel het seizoen brengt, zodat zij heel duidelijk weten wat ze wanneer moeten doen en wat ze wanneer niet moeten doen.
[09:30] Datagestuurd groundsmanagement
Kris Vandekerckhove: Heel belangrijk. Ja, er zijn natuurlijk stokken en apps voor om dat te doen.
Olivier Vandermotte: Ja, absoluut. Er is een grote trend naar datagestuurd groundsmanagement. En dat is iets essentieels. Data is enorm belangrijk, maar ook om je parameters op een consequente manier te gaan opvolgen. En een consequente manier wil zeggen: je moet gestandaardiseerd gaan werken. We gaan dan op periodieke momenten gaan loggen en bijhouden, visualiseren, zodat we exact weten: hier heb ik een probleem met doorlaatbaarheid, of hier heb ik een probleem met de zuurtegraad. Maar je moet wel rond een aantal standaardprocessen op periodieke momenten gaan meten, want meten is weten. We gaan niet aannemen of met een buikgevoel gaan zeggen: ik denk dat u hier best dit of dat doet. Ten gronde, letterlijk dan, onderzoeken.
[10:42] Klimaatverandering en weerbaarheid van natuurgras
Kris Vandekerckhove: Ik kan me best voorstellen dat heel wat mensen dan zeggen: jammer, jammer. Wat dan met het klimaat, dat aan het veranderen is? De zomers worden droger, de regenbuien worden quasi tropisch en hevig. Is een natuurgrasveld, zelfs goed onderhouden, zelfs met meten is weten, kan dat daar wel tegen?
Olivier Vandermotte: Ja, zeker en vast. Een soort van rustmoment in de zomer. Dus die kunnen echt wel tegen een stootje in de zin van: er is nu een hittegolf. Er is nu een aantal dagen of weken een watertekort. Je gras kan daartegen. Je moet zeker niet gaan panikeren als alles ineens ros is, bijvoorbeeld. Maar je moet natuurlijk ook wel indachtig zijn dat een dunne, verarmde grasmat. Een goede, diepe beworteling. Als je zorgt voor een gezond grasplantje dat ziekteresistent is, dan kan dat een hitte weerstaan, dan kan dat ook een ziekte overleven, dan kan dat een schimmelinfectie overleven. Natuurlijk, als het plantje weg is, is het weg.
Kris Vandekerckhove: Ja, zo is dat.
Olivier Vandermotte: En dat is de essentie. Laat het niet weggaan. Koester het. En dan kan het gemakkelijk 25 jaar blijven staan.
[12:06] Kwaliteitseisen en openbaar groen
Olivier Vandermotte: Moeten we misschien niet gewoon af van het idee dat alles strak en steriel moet zijn? Op het voetbalplein mag het homogeen zijn. Je hebt zeker verschillende grassoorten daarin staan, maar als je wilt spreken over voetbalvelden, dan heb je toch een zekere kwaliteitsvereiste. En hoe we dat in onze tuinen aanpakken, of in het openbaar groen, dat is een ander gegeven. En daar heb je ook een andere aanpak nodig. Om ervoor te zorgen dat overlast, dat onze wegen proper blijven en gespaard blijven van overwoekerend onkruid. Dus in die optiek, elk plein vereist zo’n beetje zijn eigen aanpak. Moet het allemaal strak en steriel zijn? Op het voetbalplein wel, ja.
Kris Vandekerckhove: Ja, dat klopt. We willen van die mooie streepjes zo op televisie zien. Toch?
[13:10] Werken op maat
Kris Vandekerckhove: Jessie, ik zou graag afsluiten met jou. We hebben hier heel veel informatie gehad. We zijn hier keihard in de diepte gegaan. Maar waarom, Jessie, moeten ze jullie aanschrijven als het veld in optima forma moet zijn?
Jessie Vermeire: Omdat. Ten eerste, wij werken op maat. Ik denk dat dat een hele belangrijke is. Wij gaan altijd inderdaad ter plaatse kijken naar het voetbalveld, hoe het er nu is. Voor hetzelfde voetbalveld. Maar ik denk eigenlijk dat ik geen twee minuten nodig heb, want wat ik vaak zeg, is van: ik ben een beetje bevooroordeeld, want ik weet dat het een goede is, want ik ben ermee getrouwd. Maar laat hem even langskomen en dan kunnen ze zelf oordelen. En dat is het eigenlijk.
[14:13] Dienstverlening uit liefde voor sport en gras
Kris Vandekerckhove: Heb je daar nog iets aan toe te voegen, Olivier?
Olivier Vandermotte: Het is moeilijk om nee te zeggen tegen haar. Nee, maar wij vullen elkander op dat vlak echt heel goed aan. Dankzij haar kan ik mijn passie verder uitbouwen. Ik durf dat wel zeggen op een professionele manier. Wij willen een dienstverlening bieden aan de club. En niet de clubs het gevoel laten hebben dat ze derde of vierde in de wachtrij staan bij een grotere of een bekendere aannemer. Nee, wij doen dit echt uit liefde voor de sport en uit liefde voor gras. En vooral dat onze kinderen en de generaties achter ons op natuurgras kunnen spelen.
[14:59] Duurzaamheid en langetermijnvisie
Kris Vandekerckhove: Zo is het. Bedankt om vandaag jullie inzichten met ons te delen. Wat ik vooral meeneem uit dit gesprek, is dat duurzaamheid niet altijd om nieuwe technologieën of chemieën of grote investeringen draait. Soms ligt de oplossing net in het beter begrijpen, onderhouden en versterken van wat er eigenlijk al is. Van wat de natuur ons al biedt. Of het nu gaat om sportvelden, openbaar groen of de manier waarop we omgaan met onze leefomgeving. Op onze kinderen. En zoals we vandaag hebben gehoord, begint die impact vaak bij een doordachte langetermijnvisie en een schupke in de grond.
Olivier Vandermotte: Schupke in de grond, zo is dat.
[15:44] Afsluiting
Kris Vandekerckhove: Bedankt voor het luisteren naar deze podcast. Vond je deze aflevering interessant? Abonneer je dan op onze podcast op Spotify en blijf op de hoogte van inspirerende verhalen, innovatieve projecten en duurzame oplossingen die mee vormgeven aan de wereld van morgen. Tot de volgende aflevering.




