NL | FR

Platform voor de beheerders van voetbal- en golfterreinen
Onderhoud op Royal Limburg Golf vandaag al voor 98% biologisch
Zeven holes liggen in heidegebied. Dat vergt vooral manueel onderhoud.

Onderhoud op Royal Limburg Golf vandaag al voor 98% biologisch

“Een volledig vlekkeloze green is niet meer van deze tijd.” Davy Driesen, hoofdgreenkeeper bij Royal Limburg Golf, laat er geen misverstand over bestaan. Geen enkele golfclub kan onder de huidige omstandigheden – met enerzijds de stijgende druk van het klimaat en anderzijds de beperkingen op fungiciden en andere onderhoudsproducten – nog een perfect resultaat garanderen. Al wil dat uiteraard niet zeggen dat de perfectie niet meer nagestreefd wordt.

De achttien holes van Royal Limburg Golf beslaan samen 65 hectare bos- en heidegebied in het Limburgse Houthalen. “Zeven holes liggen volledig in de heide; de overige elf in het bosgebied”, vertelt hoofdgreenkeeper Davy Driesen, die samen met assistent Eric Wuyts en acht andere greenkeepers het terrein onderhoudt.

Biologisch onderhoud vergt regelmaat

Driesen nam enkele jaren geleden de fakkel over van zijn oom als hoofdgreenkeeper, maar was al sinds 2000 werkzaam bij de club. 

“In die 22 jaar is er heel wat veranderd. Vroeger werd er bijvoorbeeld veel sneller naar fungiciden gegrepen. Dat kan nu niet meer. De voorbije jaren zijn we dan ook geleidelijk aan overgestapt op een grotendeels biologisch onderhoudsschema. Daarvoor is regelmaat enorm belangrijk. Je kan niet meer zomaar curatief ingrijpen, maar moet proberen om ziektes en andere problemen zoveel mogelijk voor te zijn.”

“Wat niet betekent dat je niet moet nadenken”, voegt Wuyts toe. “Zowel het wedstrijdschema als het weer kunnen al eens roet in het eten gooien, en uiteraard moet je ook het terrein goed blijven analyseren. Onze dag start daarom steevast met een visuele analyse van het terrein, maar we nemen bijvoorbeeld ook regelmatig grondstalen. Onlangs hebben we zo opgemerkt dat het mangaangehalte in de grond te laag stond. Zonder te meten zouden we dat niet zomaar achterhaald hebben en zou de oplossing langer op zich laten wachten hebben.”

Met een nieuw beregeningssysteem, bodemverbeteraars en lava houdt Royal Limburg Golf de waterbalans in evenwicht. (Beeld: Olivier Withofs)

Langetermijndenken

De overgang naar een biologisch onderhoud verliep echter niet vlekkeloos.

Driesen: “Biologische producten werken vooral op de lange termijn. Dat betekent dat de bodem zich eraan moet aanpassen. Hoewel wij er enkele jaren geleden al voor gekozen hebben om de overgang geleidelijk aan te laten gebeuren, zijn er toch periodes geweest dat de green er even heel slecht bijlag. Dat is een onvermijdelijk deel van het proces en moet je aanvaarden.”

De langetermijneffecten maken de productkeuze er ook niet eenvoudiger op.

Wuyts: “Het aanbod aan biologische producten is enorm, en elk jaar komen er nieuwe bij. Maar de effecten kan je natuurlijk niet meteen beoordelen. Wij baseren ons bij de productkeuze daarom op verschillende zaken: de aanbevelingen van de overheid, de ervaringen van onze collega’s, en onze eigen ervaringen op enkele testvakken op het domein.”

Hitte vormt grotere uitdaging dan droogte

De droge zomers kwam Royal Limburg Golf tot nog toe wel goed door. 

“Dat is onder meer toe te schrijven aan een nieuw beregeningssysteem, het gebruik van een goede bodemverbeteraar, en de inzet van natuurlijke producten zoals lava”, aldus Driesen. “Op die manier kunnen we ons waterquotum voorlopig in balans houden. Hitte, daarentegen, vormt een grotere uitdaging voor onze fairways en greens, want tegen verbrande plekken kan je in principe niet veel doen. Het is zaak om op de hitte te anticiperen, met name door een doordachte selectie van grassoorten.”

De 65 hectaren bos- en heidegebied worden door een tiental personen onderhouden.

Manueel onderhoud

Voor het mechanisch onderhoud beschikt Royal Limburg Golf over een uitgebreid en recent vernieuwd machinepark. 

“Van onze belangrijkste maaitoestellen hebben we steeds verschillende exemplaren, elk ingesteld op een andere maaihoogte”, vertelt Wuyts. “Op die manier hoeven we niet elke keer bij te stellen, maar kunnen we gewoon van machine wisselen.” 

“In het heidegebied worden de machines, met uitzondering van een maaibeurt om de twee jaar, niet ingezet”, vult Driesen nog aan. “Daar moeten we immers opletten dat we de heidekoppen niet beschadigen. Vooral in de winterperiode vraagt dat nog heel wat manueel onderhoud. Een pittig klusje, dat zeker, maar de heide is nu eenmaal een van de karakteristieke elementen van onze club.”  

"*" geeft vereiste velden aan

Stuur ons een bericht

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details